Hoe het begon…

Hoe ìk begon achter de naaimachine

4 jaar is het ondertussen geleden. De vrouw wilde leren naaien en de dochter wilde mee.Daar ik door omstandigheden op zoek was naar een nieuwe passie dacht ik ‘ik ga mee’.Uiteraard werd dat op het nodige gegniffel onthaald.

Ik zou me echter bewijzen. Gek van techniek en gek van uitdagingen schreef ik me mee in voor de avondlessen in het CVO.

Het eerste jaar, nee, de eerste les, was al een goeie binnenkomer:Één man, 20 dames. Alle ogen waren gericht op die ene natuurlijk.

Wat kwam die hier doen.

Als snel bleek echter dat ik best aanvaard werd in de groep en ik deed lustig mee met de opdrachten.

Maar dan…

Mijn bijnaam ‘ZOEFZOEF’ bleek mij niet voor niets ooit toegekend: het ging niet rap genoeg.

Tijdens de les moest ik dikwijls wachten, en wachten, en wachten…

Hadden ze nu nòg niet door hoe dat spoeltje in dat spoelhuis moest?…

Enfin, ik ging verder op zoek naar naai-uitdagingen terwijl mijn ega en mijn plusdochter rustig stap voor stap doorgingen met het hen opgelegde werk.

Ik volgde her en der een workshop en maakte dus ook nog andere dingen zoals t-shirts, cape’s en allerhande babyspullen, met dank aan Griet (link Emma en Mona) en Lies ( Oon ) en nog veel meer.

Het eerste jaar werd afgerond en dochterlief had door andere bezigheden geen tijd meer om mee te gaan.

Toen waren we nog met twee.

Dat tweede jaar was een turbulent jaar in de familie waarbij voor mij de uitdagingen steeds belangrijker werden om die turbulentie de baas te kunnen.

Dus meer workshops, meer probeersels en ook meer… onafgewerkte, lees mislukte, dingen.

Ik probeerde soms te spurten terwijl ik amper kon stappen.

Ik dacht altijd ‘dàt kan ik ook’ maar toegegeven, ik dacht dikwijls verkeerd.

Maar ‘nie pleuien’ (een typisch gents gezegde) was mijn motto. Ik wilde niet afgaan.

Ik moest en zou de kneepjes van het naaivak leren.

Ondertussen had mijn princes haar pols gebroken en kon ze maandenlang niet uit de voeten.

Het resultaat laat zich raden:

En toen was ik nog alleen.

En nòg meer workshops, nòg meer proberen en kijk, stilaan kwamen er betere resultaten.

De reactie van mijn kleinkindjes op mijn werkjes voor hen deden me groeien.

Als de acht-jarige kleindochter Maya thuis komt met de reactie van een klasgenootje: “waar heb jij die mooie zwemzak gekocht”, en haar antwoord “: die kan je niet kopen, mijn bompa heeft die voor mij gemaakt” was, dan smelt je gewoon.

En dus nu, meer dan 4 jaar later zit ik nog steeds met een grote regelmaat achter mijn naaimachine. En neem patronen over, pas patronen aan, knip stofjes en geniet.

En ken ik nu het ‘naaivak’?

Bijlange na niet, maar da’s al lang niet meer belangrijk.

Ik amuseer me en geniet van de reacties en lèèf.

Meer moet dat niet zijn !

Akkoord?

Geplaatst in Naaien | 4 Reacties